- Onderstaande items zijn in de praktijk vaak
bij inspecties geconstateerd en worden veelal veroorzaakt door leemten in
kennis, en niet door onwil.
- Dat de meeste blusapparaten binnen 20 seconden
leeg zijn.
- Dat accu's tijdens laden het zeer brandbare waterstofgas
produceren.
- Dat vele bedrijven na een grote brand failliet
gaan.
- Dat vlamdovende polystyreen niet bestaat.
- Dat de arbeidsinspectie boetes uit kan delen
indien u geen BHV organisatie heeft.
- Dat een brandmeldinstallatie geen branden
blust.
- Dat pallets tegen de buitengevel een verhoogd
brandrisico vormen (brandstichting).
- Dat gebouwen door een brandende prullenbak
volledig kunnen afbranden.
- Dat inbraak kan resulteren in brandstichting.
- Dat compartimentering volgens de brandweer
voor de veiligheid/bescherming van uw mensen is.
- Dat compartimentering vaak ondermijnt wordt
d.m.v. keggen.
- Dat brandslanghaspels vaak onvoldoende
waterdruk hebben.
- Dat vaak het verkeerde type blusmiddel wordt
opgehangen.
- Dat niet getrainde (in kleine blusmiddelen)
mensen een brand vaak niet kunnen blussen.
- Dat beginnende branden vaak door eigen
(getraind) personeel wordt geblust.
- Dat halonblusapparaten nog geen brand in een
prullenbak kunnen blussen.
- Dat opslag van brandgevaarlijke stoffen
conform CPR 15-1 dient te gebeuren.
- Dat bepaalde vloeistoffen bij lekkage een
gevaarlijke reactie kunnen veroorzaken.
- Dat medewerkers voorlichting moeten krijgen
wanneer ze met chemische stoffen omgaan.
- Dat spuitbussen zich tijdens een brand
gedragen als een bom en een groot gevaar vormen voor de blusbestrijding.
- Dat een luchtbehandelingsinstallatie de
'longen' van het bedrijf zijn en tijdens een brand voor ongewenste
rookverpreiding kunnen zorgen.
- Dat schachten tijdens een brand het
schoorsteeneffect vertonen.
- Dat vluchtwegen vaak geblokkeerd zijn.
- Dat werknemers vaak niet weten 'wat te doen
bij brand'.
- Dat het bedrijf of instelling verantwoordelijk
is voor de veiligheid van de werknemers, bezoekers etc.
- Dat een veilige werkomgeving productief werkt
en dat werknemers met meer plezier naar hun arbeidsplek gaan.
- Dat laagspanningsruimten afgesloten moeten
zijn.
- Dat verdeelkasten deugdelijk afgedicht en
afgeschermd moeten zijn.
- Dat laagspanningsruimten een verzorgde indruk
moeten maken.
- Dat elektriciteitskasten moeten zijn
afgesloten.
- Dat bedieningsschakelaars en
noodstopschakelaars goed bereikbaar moeten zijn.
- Dat het gebruik van verlengsnoeren zo min
mogelijk mag plaatsvinden.
- Dat aan de bedieningszijde van schakel- en
verdeelinrichtingen voor laagspanning, over de gehele lengte een vrije
ruimte van minimaal 2 meter hoog en 0,75 meter breed beschikbaar moet zijn.
- Dat tevens het van belang is dat het looppad
naar de schakelkast vrij is.
- Dat men bij een calamiteit snel bij de
hoofdschakelaar moet kunnen komen.
- Dat deuren of deksels van schakel- en
verdeelinrichtingen waarin zich direct aanraakbare spanningvoerende delen
bevinden, altijd moeten zijn afgesloten en slechts kunnen worden geopend
door middel van een sleutel of speciaal gereedschap. Dit om indringen van
stof en vocht te voorkomen.
- Dat een gasfles gevuld met een tot vloeistof
verdicht gas altijd rechtop gebruikt behoort te worden.
- Dat acetyleenflessen rechtop gebruikt moeten
worden. Als dit onmogelijk is, is maximaal 30 graden toegestaan.
- Dat het geforceerd verwarmen van gasflessen
met bijvoorbeeld een gasbrander, verwarmingsunits of direct zonlicht
absoluut niet is toegestaan.
- Dat gascilinders deugdelijk moeten worden
vastgezet in al of niet verplaatsbare rekken of tegen een muur, om
beschadiging te voorkomen.
- Dat gasflessen rechtop opgeslagen moeten
worden, en tegen omvallen moeten worden beschermd.
- Dat u een gasfles nooit mag optillen aan de
beschermkap.
- Dat u de beschermkap niet mag verwijderen voor
de fles is vastgezet en klaar is voor gebruik.
- Dat aan een drukcilinder nooit mag worden
gelast.
Brandweer presenteert nieuw landelijk beeldmerk
|
September 2002
De brandweer presenteert een nieuw landelijk beeldmerk tijdens het
jaarlijks congres van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en
Rampenbestrijding (NVBR) op 26 september 2002 in Rijssen. |
Met de presentatie van het nieuwe beeldmerk wordt de start gegeven voor een
nieuwe huisstijl.
Reden voor het nieuwe beeldmerk is dat de brandweer in Nederland is uitgegroeid
tot een brede veiligheidsorganisatie voor hulpverlening en rampenbestrijding.
Het blussen van branden is niet meer de enige taak van de brandweer. Het
bestrijden van ongevallen en het voorkomen van incidenten behoort tevens tot hun
taak.
In het nieuwe beeldmerk zijn de kleuren rood en goud, een voor de brandweer
vertrouwde kleurencombinatie, terug te vinden. De gestileerde vlam staat voor de
belangrijkste taak van de brandweer: het bestrijden van vuur. Tevens staat hij
voor waakzaamheid en preventie. Het schild geeft aan dat de brandweer
bescherming biedt bij dreigingen. De drie elementen die samen het schild vormen
benadrukken de bestrijding, hulpverlening en coördinatietaak bij rampen.
Bron: Consument en Veiligheid./
BIZA |