Rangonderscheidingstekenen 

brandwacht brandwacht eerste klas hoofdbrandwacht onderbrandmeester brandmeester
Brandwacht Brandwacht
Eersteklas
Hoofd-
brandwacht
Onder-
brandmeester
Brandmeester
adjunct-hoofdbrandmeester adjunct-hoofdbrandmeester eerste klasse hoofdbrandmeester hoofdbrandmeester eerste klasse commandeur
Adj. hfd
brandmeester
Adj. hfd
brandmeester
Eersteklas
Hoofd-
brandmeester
Hoofdbrand-
meester
Eersteklas
Commandeur
commandeur eerste klasse adjunct-hoofdcommandeur adjunct-hoofdcommandeur eerste klasse hoofdcommandeur hoofdcommandeur eerste klasse
Commandeur
Eersteklas
adj. hfd
Commandeur
adj. hfd
Commandeur
Eersteklas
Hoofd
Commandeur
Hoofd
Commandeur
Eersteklas
 

 Afkortingen


Voertuigen en eenheden

  • AB Adembescherminsvoertuig
  • AL Autoladder
  • AS Autospuit
  • BRV Brandweervaartuig
  • CT Crashtender
  • DA Dienstauto
  • DB Dienstautobus
  • GM Gereedschap/materieelwagen
  • HA Haakarmvoertuig
  • HV-I Hulpverleningvoertuig groot model
  • HV-II Hulpverleningsvoertuig klein model
  • HV-III Hulpverleningsvoertuig beperkte bepakking
  • HW Hoogwerker
  • KR Kraanwagen
  • PB Poederbluswagen
  • PM Personeel/materieelwagen
  • PT Portofoon
  • SB Schuimbluswagen
  • SL Slangenwagen
  • SPB Schuim/poederbluswagen
  • TS Tankautospuit
  • TS-HD Tankautospuit hogedruk
  • TS-LD Tankautospuit lagedruk
  • TW Tankwagen
  • VC-I Verbinding/commandowagen groot model
  • VC-II Verbinding/commandowagen klein model
  • VC-III Verbinding/commandowagen dienstauto
  • WO Waterongevallenwagen
  • VW Vrachtwagen

Aanhangers en haakarmbakken

  • AA- Autoambulance
  • AB- Adembescherming
  • AL- Ladder
  • BM- Bijzonder materieel
  • DP- Dompelpomp
  • GM- Gereedschap/materieel
  • GS- Gevaarlijke stoffen
  • HA- Haakarmchassis
  • HV- Hulpverlening
  • KZ- Koolzuursneeuw
  • LB- Lijkbezorging
  • MS- Motorspuit
  • PB- Poederblus
  • SB- Schuimblus
  • SL- Slangen
  • TH- Technische hulpverlening
  • TW- Tank
  • VC- Verbinding/commando
  • VW- Vracht
  • WK- Waterkanon
  • WO- Waterongevallen

Toevoegingen van voertuigen

  • -BC Brandkranencontrole
  • -BvD Bevelvoerder/Brandmeester (van dienst)
  • -BR Brandstof
  • -BT Bosbrandbestrijding
  • -CA Chemisch adviseur
  • -CD Commandant (van dienst)
  • -CL Cleaner
  • -CO Chemie-ongevallen
  • -HO Hoofdofficier
  • -KA Kantine
  • -KI Kipper-installatie
  • -KR Kraan-installatie
  • -LI Lichtinstallatie
  • -MD Materiaaldienst
  • -ME Metingen
  • -MO Metro-ongevallen
  • -OC Ondercommandant
  • -OvD Officier van dienst
  • -OP Opleiding
  • -OT Ontsmettingstent
  • -OV Overmaaste vaten
  • -PR Preventie
  • -RA Stralingsongevallen
  • -SL Slangenvoorraad
  • -SV Schuimvormend middel
  • -TD Technische dienst
  • -VD Verbindingsdienst
  • -VL Voorlichting
  • -VO Vloeistoffen-ongevallen
  • -VT Vliegtuig-ongevallen
  • -VZ Verzorging
  • -WA Water

 

 

 Wist u ....


  • Onderstaande items zijn in de praktijk vaak bij inspecties geconstateerd en worden veelal veroorzaakt door leemten in kennis, en niet door onwil.
  • Dat de meeste blusapparaten binnen 20 seconden leeg zijn.
  • Dat accu's tijdens laden het zeer brandbare waterstofgas produceren.
  • Dat vele bedrijven na een grote brand failliet gaan.
  • Dat vlamdovende polystyreen niet bestaat.
  • Dat de arbeidsinspectie boetes uit kan delen indien u geen BHV organisatie heeft.
  • Dat een brandmeldinstallatie geen branden blust.
  • Dat pallets tegen de buitengevel een verhoogd brandrisico vormen (brandstichting).
  • Dat gebouwen door een brandende prullenbak volledig kunnen afbranden.
  • Dat inbraak kan resulteren in brandstichting.
  • Dat compartimentering volgens de brandweer voor de veiligheid/bescherming van uw mensen is.
  • Dat compartimentering vaak ondermijnt wordt d.m.v. keggen.
  • Dat brandslanghaspels vaak onvoldoende waterdruk hebben.
  • Dat vaak het verkeerde type blusmiddel wordt opgehangen.
  • Dat niet getrainde (in kleine blusmiddelen) mensen een brand vaak niet kunnen blussen.
  • Dat beginnende branden vaak door eigen (getraind) personeel wordt geblust.
  • Dat halonblusapparaten nog geen brand in een prullenbak kunnen blussen.
  • Dat opslag van brandgevaarlijke stoffen conform CPR 15-1 dient te gebeuren.
  • Dat bepaalde vloeistoffen bij lekkage een gevaarlijke reactie kunnen veroorzaken.
  • Dat medewerkers voorlichting moeten krijgen wanneer ze met chemische stoffen omgaan.
  • Dat spuitbussen zich tijdens een brand gedragen als een bom en een groot gevaar vormen voor de blusbestrijding.
  • Dat een luchtbehandelingsinstallatie de 'longen' van het bedrijf zijn en tijdens een brand voor ongewenste rookverpreiding kunnen zorgen.
  • Dat schachten tijdens een brand het schoorsteeneffect vertonen.
  • Dat vluchtwegen vaak geblokkeerd zijn.
  • Dat werknemers vaak niet weten 'wat te doen bij brand'.
  • Dat het bedrijf of instelling verantwoordelijk is voor de veiligheid van de werknemers, bezoekers etc.
  • Dat een veilige werkomgeving productief werkt en dat werknemers met meer plezier naar hun arbeidsplek gaan.
  • Dat laagspanningsruimten afgesloten moeten zijn.
  • Dat verdeelkasten deugdelijk afgedicht en afgeschermd moeten zijn.
  • Dat laagspanningsruimten een verzorgde indruk moeten maken.
  • Dat elektriciteitskasten moeten zijn afgesloten.
  • Dat bedieningsschakelaars en noodstopschakelaars goed bereikbaar moeten zijn.
  • Dat het gebruik van verlengsnoeren zo min mogelijk mag plaatsvinden.
  • Dat aan de bedieningszijde van schakel- en verdeelinrichtingen voor laagspanning, over de gehele lengte een vrije ruimte van minimaal 2 meter hoog en 0,75 meter breed beschikbaar moet zijn.
  • Dat tevens het van belang is dat het looppad naar de schakelkast vrij is.
  • Dat men bij een calamiteit snel bij de hoofdschakelaar moet kunnen komen.
  • Dat deuren of deksels van schakel- en verdeelinrichtingen waarin zich direct aanraakbare spanningvoerende delen bevinden, altijd moeten zijn afgesloten en slechts kunnen worden geopend door middel van een sleutel of speciaal gereedschap. Dit om indringen van stof en vocht te voorkomen.
  • Dat een gasfles gevuld met een tot vloeistof verdicht gas altijd rechtop gebruikt behoort te worden.
  • Dat acetyleenflessen rechtop gebruikt moeten worden. Als dit onmogelijk is, is maximaal 30 graden toegestaan.
  • Dat het geforceerd verwarmen van gasflessen met bijvoorbeeld een gasbrander, verwarmingsunits of direct zonlicht absoluut niet is toegestaan.
  • Dat gascilinders deugdelijk moeten worden vastgezet in al of niet verplaatsbare rekken of tegen een muur, om beschadiging te voorkomen.
  • Dat gasflessen rechtop opgeslagen moeten worden, en tegen omvallen moeten worden beschermd.
  • Dat u een gasfles nooit mag optillen aan de beschermkap. 
  • Dat u de beschermkap niet mag verwijderen voor de fles is vastgezet en klaar is voor gebruik.
  • Dat aan een drukcilinder nooit mag worden gelast.

          Brandweer presenteert nieuw landelijk beeldmerk


   September 2002

De brandweer presenteert een nieuw landelijk beeldmerk tijdens het jaarlijks congres van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) op 26 september 2002 in Rijssen.


Met de presentatie van het nieuwe beeldmerk wordt de start gegeven voor een nieuwe huisstijl.
Reden voor het nieuwe beeldmerk is dat de brandweer in Nederland is uitgegroeid tot een brede veiligheidsorganisatie voor hulpverlening en rampenbestrijding. Het blussen van branden is niet meer de enige taak van de brandweer. Het bestrijden van ongevallen en het voorkomen van incidenten behoort tevens tot hun taak.

In het nieuwe beeldmerk zijn de kleuren rood en goud, een voor de brandweer vertrouwde kleurencombinatie, terug te vinden. De gestileerde vlam staat voor de belangrijkste taak van de brandweer: het bestrijden van vuur. Tevens staat hij voor waakzaamheid en preventie. Het schild geeft aan dat de brandweer bescherming biedt bij dreigingen. De drie elementen die samen het schild vormen benadrukken de bestrijding, hulpverlening en coördinatietaak bij rampen.


Bron: Consument en Veiligheid./ BIZA

 


Brandweer Waterland

[ vorige pagina ][ PRINT ]